Banditisme in Marseille 3
Een paar dagen de treinwagons laten rusten, wegens onder de indruk. Gevoelens, ook als ze er zijn, hoeven niet per se in de grote openbaarheid te verschijnen. Ik reken nog altijd op de beperktheid van bouillabaisse, naar ik meen minder schadelijk dan FB en twitter.
Grote en kleine rampen, iedere dag gebeurt het ergens of overkomt het iemand van ons. Je zucht maakt je zorgen, je doet de ramen open laat de zon binnen, luistert naar vrolijke muziek en laat het bezinken. Kiewit ligt nu toevallig in de achtertuin, je had een paar dagen voordien vernomen dat er wat familie op het terrein aanwezig zouden zijn en panikeert. Sinds vrijdag kan ik mij volledig inleven met het lot van de duizende ouders die hetzelfde meemaakte. Abasourdissant!
Schrijven helpt ook, maar nog niet over feestjes, bezoekjes en etentjes, vandaag laat ik het andere wagentje bollen(als uw me toestaat.)
26 februari 1967, Francis pas 22 jaar, staat nu in het bestand “Grand Banditisme” van het gerecht ingeschreven, zijn dossier vermeld : ” gevaarlijk individu, gezocht voor diefstal en prostitutie. ” Vroegrijp voor zijn leeftijd, le Belge is vanaf nu “un Caïd” ( Arabisch voor Chef - leider)Zijn oorspronkelijk bende wordt uitgebreid met andere marginalen: Michel Hadjilouloudes, Albert Franconi, Nonce Ashiero, Noël Filippi…
Dar jaar gaat de jonge Vanverberghe zijn grenzen verleggen naar de international héroïne handel (The french connection) met de tussenkomst van 2 erg begaafde jongens en kenners van het materiaal: Jean-Claude Kella et Laurent Fiocconi. Beide kerels zijn in contact met de grootste héroïne afnemer in de USA, Louis Cirillo, de man van de structuur. Le belge en zijn mannen hebben het geld en de ambitie. Regelmatig verplaats zich le beau monde naar Spanje voor zaken af te handelen. In december 1968 worden ze voltallig aangehouden op een boerderij in het Spaanse Gérone, en na een paar maanden gevangenis weer vrijgelaten. Dan gaat de handel pas goed aan ‘t rollen. ”Het zakenkantoor” wordt verplaats naar Parijs, quartier Champs- Èlysées, waar het rustiger werken is dan in de wijken van Marseille waar een opgejaagde sfeer heerst.
Omar Sharif schreef in zijn boek over de het trio Vanverberghe-Kella-Fiocconi “deze jonge mensen zijn hebzuchtig, jong en mooi en wanen zich net als Tony Montana, de held van Brian De Palma’s Scarface, de wereld behoort hen toe ”.
Volgens Fiocconi en Kella, “zou” le Belge hebben deelgenomen aan de enorme business van “le Caprice des Temps” de boot met enkele honderden kilo’s heroïne (425 op de datum van de vangst) aan boord op zijn reizen van de Middellandse Zee naar de Verenigde Staten. Zijn naam dook in 1971 weer op omdat hij zou hebben deelgenomen aan de top in Casablanca tussen Franse geleerden van het poeder en Italiaans-Amerikaanse maffia, die plaatsvond om the French Connection te reorganiseren. In deze context, werd Francis Vanverberghe opnieuw gearresteerd 25 april 1971, en vier maanden later vrijgelaten. wellicht is het tijdens zijn hechtenis dat hij kennis maakte met Jo Signoli. Een buitenkans voor hem, want Foccioni en Kella werden in 1970 in Italië aangehouden. De handel van Signoli, is gevestigd in Parijs in de bar ”le consul” waar als hij gérant fungeert. Nochthans voor de verwerking van zijn transacties verkiest le Belge het établissement “au Fouquet’s” een vaste stek tot zijn dood. Daarentegen Signoli had zijn bedenkingen hierover, hij verdacht le Belge ervan in au Fouquet’s personen zoals Alexander Salles of Francois Scapula, een erg begaafde chemicus te ontmoeten. In 1977, verklaart een rechter ” Francis Vanverberghe is ontegensprekelijk een organistator op de achtergrond, medewerker en opvolger van Fiocconi . Reeds vier maal veroordeeld kan hij niet meer rekenen op verzachtende omstandigheden.
Maar Francis leeft ondergedoken in Parijs. De hoofdstad huisvest andere interessante individuen. Tijdens een kort bezoek aan de nachtbar “l’acensseur” in Marseille ontmoet hij Jacky le Mat en Tany Zampa. De band tussen Le Mat en Francis is eerder vriendschappelijk, wat niet het geval is voor Zampa , die vooral op verkoop van snuif is gericht. In feite de 2 mannen mogen elkaar niet.
_____________________________________________________________________________________________________
Dit artikel over the french connection vond ik op een skyblog. De vertaling - net zoals de rubrieken van kranten of internet die ik overnam-is de(mijn)vertaling lamentabel en verre van volledig. Onlangs zag ik op Fr3, in 2 afleveringen, een documentaire waarin zijn zus Simone, dochter Sylvie, schrijvers journalisten, companen, en onderzoeksrechters de levenswandel van Francis Vanverberghe, mooier en gedetailleerder vertellen. Aan het einde van de eerste reeks post ik het gedownloade deel 1, dus dit is alleen maar een hulpje om het beter te begrijpen.
Het is ook goed om weten dat het verhandelen van heroïne waar Francis aan deel nam de 2de French Connection werd genoemd. In de organisatie waar hij deel van uit maakte bevonden zich o.a. het duo Kella -Fiocconi Louis Cirillo, zijn opvolger Rendel, de chemist met gouden vingers, Francois Scapula, de smokkelaars Alain Richard en Berdin Labay, Jo Signoli en zijn acolyte Alexandre Salles. Le belge was de sponsor.
De eerste clandestiene productie van heroïne werd ontdekt in de buurt van Marseille, in 1937. Deze laboratoria behoren tot de legendarische godfather Corsicaan Paul Carbone. Gedurende jaren was het Franse milieu betrokken bij de productie en export van heroïne, voornamelijk naar de Verenigde Staten. Het is vanuit dit georganiseerd netwerk dat pas de beroemde French Connection geboren werd geboren.
De grondstof van heroïne, verscheept naar de Verenigde Staten, kwam uit Turkije, dat is de reden waarom veel Turkse tot het milieu werden aangetrokken. Inderdaad, was het Turkse boeren toegestaan om opium ( op basis van morfine) te telen op hun akkers en te verkopen aan laboratoria voor de (legale) productie van drugs. Het overschot werd vervolgens verkocht op een minder legale bestemming: het Franse milieu. Een goede manier voor de lokale boeren om het einde van de maand aan te vullen. Morfinebasis , geïmporteerd uit Turkije en werd gebruikt voor de vervaardiging van heroïne in clandestiene laboratoria hierboven vermeld. Ze waren vooral gelegen in de regio Marseille en de gang van zaken werd voornamelijk bepaald door de Corsicaanse mafia. Om deze reden, spreken sommige over” de Corsicaanse Connection” ipv. French Conection. De keuze van Marseille was natuurlijk niet onschuldig: de aanwezigheid van de haven vergemakkelijkt aanzienlijk de export van de drugs, maar ook de import van de morfine basis naar Turkije. Zodus de haven bleek de draaischijf van le French te worden. Veel boten met de oorsprong uit opium-producerende landen maakten hun opwachting in de haven. Steeds grotere hoeveelheden heroïne ,oorspronkelijk uit, Marseille belandde in de USA in het bijzonder in Manhattan (New York). Marseille werd zo de wereldhoofstad van het drug milieu.
De eerste belangrijke vangst vond plaats in New York, 5 februari 1947, toen een Corsicaanse zeeman, van een pas binnen gelopen schip uit Frankrijk, aan wal stapte , met 3 kg heroïne in z’n bezit. Het is dan dat de autoriteiten hebben bevestigd dat het Franse milieu niet alleen betrokken was bij de opiumhandel, maar dat er terzelfdetijd een internationaal netwerk van Heroïnehandel zich had ontwikkeld. Andere vangsten zullen weldra bewezen worden: 17 maart 1947 werden 12.5 kg heroïne ontdekt op de Franse cruiser “Le Saint-Tropez.”
07 januari 1949, 23 kg opium en heroïne in beslag genomen op de Franse schip “Batista”
De eerste ernstige aangelegenheid gelinkt met de French Connection komt tot uitbarsting in 1960. 3 oktober: Amerikaanse agenten nemen 3,5 miljoen dollar in beslag en arresteren vier smokkelaars waaronder ambassadeur van Guatemala, Maurcio Rosal, in België. Deze zaak krijgt hierdoor een politieke dimensie voor the French. In feite, gedurende al die jaren kunnen de onderzoekers de hand leggen op maar een gemiddeldte van 100 kg heroïne per jaar. In werkelijkheid is het meer per week en niet per jaar, dat deze hoeveelheid werd gefabriceerd.
Bewijs: Maricio Rousal, zwaaiend met zijn diplomatieke status, slaagde er in zijn eentje in om wekelijks niet minder dan 200kg op Amerikaanse bodem achter te laten.
Volgens een jaarverslag uit 1960 komt het neer op ongeveer 1200 - 2500 kg per jaar van heroïne invoer via Frankrijk naar de Verenigde Staten.
De Franse dealers bleven profiteren van de Amerikaanse vraag, zodat ze in 1969 80 tot 90% konden leverenvan de heroïne consomatie in de VS. Deze vraag was niet te wijten aan toeval. Inderdaad, de drug “made in France” werd bijzonder gewaardeerd door de Amerikaanse junkies. De Franse chemici (zo noemt degenen die de morfine basis in heroïne te transformeerd in clandestiene laboratoria), waaronder de beroemde Francois Scapula ( de man met de gouden vingers) deel van uit maakte werd erkend voor maken de beste heroïne van de wereld, tot 85% zuiverheid. De beste chemist was Jo Cesari, bekend als ” M.Jo.” Hij was het die het zuiverste spul maakte (meer dan 95%!). In die tijd, maakte hij 15 kg per week, elke kilo bracht hem 3000 francs op.
Gelet op de ingevoerde hoeveelheden, werden de Franse drugs al snel gemakkelijk toegankelijk voor de Amerikanen. De Amerikaanse politici besloten om op te treden. Met het oog op de export van drugs naar de Verenigde Staten te beperken, besliste men de Franse trafikanten te beletten zich te bevoorraden van morfine basis. Amerikaanse ambtenaren reisden naar Turkije om over een opheffing van de opium productie te onderhandelen. De Turkse regering beloofde om opium productie te verminderen vanaf 1968.
Na vijf jaar van politieke toegevingen zal de Turkse regering in 1971 eindelijk aanvaarden en een totaal verbod van opiumteelt in het land afkondigen. De wet werd op 30 juni 1972 van kracht. Tijdens deze langdurige onderhandelingen ziet de ordedienst, hun actie om zo snel mogelijk van deze plaag verlost te zijn, daadwerkelijk verhogen. 04 januari 1972, op een prijse luchthaven worden door BNDD officieren en de Franse autoriteiten 50 kg heroïne in beslag genomen. Februari 1972: Franse dealers bieden een sergeant uit indien hij instemt om 100kg heroïn naar Amerika te smokkelen. Pech, de man geeft de informatie door aan zijn overste die op hun beurt de BNND inlichten. Na enkele weken van onderzoek, worden vijf mannen gearresteerd in New York en twee in Parijs, waar ze bovendien 120kg spul vonden met een waarde van ongeveer 50 miljoen dollar op de Amerikaanse markt.Het is het begin van het einde voor de Franse verbinding. Vanaf februari 1975 worden door de Franse autoriteiten in samenwerking de Amerikaanse speurders. 29 februari 1972: de Franse autoriteiten van Marseille doet een razia op schip “Caprice de temps” die zich voorbereidde om naar Miami varen met 415 kg heroïne aan boord.
The French had zware klappen gekregen en was daardoor ondermijnd, zelfs tot nul gebracht in 1972. Effectief tussen 1970 en 1972, ligt het aantal arrestaties in verband met drugs van 57 tot 3016.
The French Connection, zal echter in de herinnering blijven als een van de grootste internationale handel in verdovende middelen die de wereld ooit gekend heeft .
Dus op het einde van de jaren 60, als het einde van the French Connection aangebroken is , daagt een duo dealers op om the French een een 2de adem in te blazen: Jean-Claude Kella en Laurent Fiocconi. Kella, geboren in Toulon op 13 augustus 1945, pleegt zijn eerste misdaad als inbreker vroeger dan zijn toekomstige collega Fiocconi. In 1963 , op 18 jarige leeftijd ,wordt hij voor het eerst veroordeeld voor heling van gestolen goederen.
24 mai 1966. In Parijs is hij betrokken in een vuurgevecht met de antigang op de Boulevard des Batignoles. Kella gewond wordt gearresteerd, en per vergissing vrijgelaten in 1967. Ongeveer rond die periode leert de Toulonnais Laurent Fiocconi kennen. Samen pleegden ze verschillende overvallen tot ze einde ‘60 overstapten naar de French Connection als smokkelaars.
Laurent Fiocconi, werd geboren in 1941 is een neef van Jean-Thomas Giudicelli gekend in het milieu onder de nickname “U Caputu”, een voorname ”heer” een de leefwereld van goktenten, een impirium dat hij heeft opgebouwd in zijn geboorteland Corsica meer bepaald in Pietrabella. Oompje besluit “Lolo”Fiocconi, in zijn zaak te lanceren. Na de dood van Giudicelli in 1960, erft Fiocconi al zijn bars. In de tweede helft van de sixties ontmoet hij Kella. de 2 mannen worden een onafscheidelijk duo, in het begin met overvallen later als smokelaars.
In 1968 lopen ze Francis le Belge tegen het lijf , waarna ze besluiten met hem in de boot te gaan. Een geslaagde zet vermits de Belg het geld heeft om in de heroïne te investeren. Kella en Fiocconi hebben dan weer de goed contact in Amerika met Louis Cirillo de grootste opkoper van New-York en leverancier van verscheidene italo-amercano mafia families. Zij waren trouwens de enige Franse gangsters waar hij contact mee had. Dus doet Cirillo een voorstel aan het duo: het transporteren van het poeder van Frankrijk naar the States per boot. Dat is de start van de affaire “Caprice des temps.”Maar alvorens hun vingers te verbranden aan die enorme en gevaarlijke industrie, gaan ze verder met de zaken waarmee ze bezig waren. Regelmatig gaan ze met de bende van Le Belge naar Spanje voor “serieuze business.”
En onvermijdelijk in 1968 de wordt de groep gearresteerd in Gerone voor drugshandel en kort nadien weer vrijgelaten.
Het tweetal werkt ook samen met een Marsaillais die in Parijs woont, Jo Signoli, waar ze in augustus 1969 contact mee opnemen. Het merendeel van de drug opbrengst is bestemd voor Cirillo, maar ook het duo houdt er een flinke duit aan over, ze gooien met geld in Parijs en in Marseille, vertonen zich in flamboynte auto’s en de nachtbars zien hen graag komen. Hun eerste verdiende miljoen (F.F.) vieren ze in Italië in gezelschap van de hele bende. Gelijktijdig wordt er op de achtergrond een volgende zaak “Caprice-des-temps” opgezet.
De boot ”Caprice des Temps”was een 20 meter lange vissersboot en werd geschonken door Alexandre Orsatelli aan Marcel Boucan een verre nonkel van Fiocconi. Het ging niet over een geschenk tussen vrienden, Orastelli zocht een kapitein voor het vervoeren een vracht drugs op de Atlantische oceaan. Maar in april ‘69 vertraagd de zaak door de aanhouding van Kella en Fiocconi in the USA. Het duo, verklikt door bendeleden, bevonden zich nog in het gevang ofschoon op hetzelfde moment bij de aankomst van de boot een kleine vracht moesten bewaken. Hun borgstelling was vastgelegd op 200 000$. De vracht moet belangrijk zijn geweest , de som werd illico presto betaald door Orsatelli en een andere oom van Fiocconi , Dominique Giudicelli nog een belangrijke zakenleider op “le Caprice des temps.” Kella en Fiocconi kunnen nu USA verlaten en duiken onder in Canada onder valse indentiteit. eeen gewoonte die ze voortaan behouden op hun “zakenreizen”om uit de handen van de politie te blijven.
In april 1970 is het, het moment dat de boot de wal verlaat voor zijn eerste reis.
Behalve Kella en Fiocconi zouden Dominique Giudiceeli , Alexandre Oesaletti , Jo Signoli en Francis le Belge een belanrijke rol hebben gespeeld. In die maand april van 1970 op het moment dat de Caprice les Sables-d’Olonne uitvaart - met aan boord een 100tal kilo heroïne , verstopt een speciaal vervaardigde romp. De boot, bestuurt door Marcel Boucan, bereikt de Canarische eilanden , vervolgens Point-à-Pitre en uiteindelijk de kust van Florida. Met het voorwendsel dat er dringende reparaties moeten gebeuren wordt de naar het droogdok gebracht. En daar leveren Fioccioni en Kella de snuif aan de kopers. Daarna verdwijnen de propvolle wagens met het poeder aan de horizon, onder het toeziende oog van het jonge duo.
In austus 1970, worden de twee peetvaders aangehouden in Genova en uitgeleverd aan de Verenigde Staten in oktober 1971 voor 2 belangrijke heronïne feiten. Deze keer bedraagt de borgsom 250 000$ maar wordt even snel betaald op 3 november 1971. Amper één week op vrije voeten, worden ze opnieuw geïnterpelleerd voor nog een andere zaak. Ondertussen, in de lente van ‘71 onderneemt ” le Caprice des temps zijn 2de overvaart. Kella en Fiocconi zijn voorlopig uitgeschakeld en het zijn Orsatelli en Ange Santoni die de boot opwachten.
Februari 1972: De “Caprice des Temps”, na Villefranche te hebben verlaten ,werpt het anker aan de vieux port van Marseille en maakt zich klaar voor zijn derder reis naar Florida, als plots de douanen binnenvallen. De mannen zijn zich nog niet bewust van het feit dat ze gaan uitkomen op de grootste vangst die ooit in het Middellandse zeegebied heeft plaats gevonden. Op 19 mei 1972 worden Kella en Fiocconi respectievelijk tot 30 en 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. De borgsom, opgelopen tot 700 000$, zal deze keer niet betaald worden. Normaal, de geldschieter van de Caprice bestaat niet meer. Louis Cirillo zelf kreeg ook 20 jaar hechtenis. Tegen Le Belge en Giudicelli werden geen harde bewijzen gevonden … tot in 1977. De onderstaande reportage is gefilmd op de dag van de razzia
Begrijpelijk dat na dit voorval leBelge niet langer samen werkte met het duo. Ik stop hier dus met hun biografie. Daarenboven zullen de wegen van Kella en Fiocconi scheiden, commercieel tenminste.
|
You can leave a response, or trackback from your own site.

Devenez fan de ce Blog :